Op 14 februari 2025 schreef ik een artikel over de verschuivende wereldorde. De kern van mijn betoog was dat de tijd van één dominante wereldmacht ten einde liep en dat Europa zich moest voorbereiden op een multipolaire werkelijkheid. Nederland had daarbij, zo stelde ik, de kans om een voortrekkersrol te spelen in de transitie naar meer strategische onafhankelijkheid. Die analyse was geen voorspelling in de zin van concrete gebeurtenissen, maar een positionering. Het was een poging om zichtbaar te maken welke aannames onder druk kwamen te staan en welke kwetsbaarheden Europa te lang als vanzelfsprekend had beschouwd.
Nu, bijna een jaar later, is de vraag niet of dat artikel nog relevant is. De vraag is wat er is veranderd in de aard van het probleem. Het antwoord is ongemakkelijk eenvoudig. Afhankelijkheid is niet langer slechts een risico. Afhankelijkheid is een actief geopolitiek wapen geworden.
De recente ontwikkelingen rond Groenland maken dat pijnlijk duidelijk.
Groenland is al jaren strategisch relevant. De ligging in het Arctisch gebied, de nabijheid van nieuwe zeeroutes en de aanwezigheid van grondstoffen maken het eiland tot een geopolitiek knooppunt. Dat is geen nieuwe constatering. Wat nieuw is, is de manier waarop deze strategische waarde expliciet wordt ingezet als machtsmiddel richting bondgenoten. De recente uitspraken en handelingen van de Amerikaanse president Donald Trump vormen daarbij geen incident, maar een symptoom.
De escalatie rond Groenland kreeg een nieuwe dimensie toen Trump Europese landen dreigde met economische sancties vanwege hun steun aan Denemarken en Groenland. Het signaal was helder. Loyaliteit binnen het bondgenootschap werd niet langer gezien als vanzelfsprekend, maar als onderhandelbaar. Afhankelijkheid van handel en veiligheid werd een hefboom.
Het dieptepunt werd bereikt met de brief die Trump stuurde aan de Noorse premier. In die brief koppelde hij zijn houding ten aanzien van vrede en geopolitieke stabiliteit aan het feit dat hij geen Nobelprijs voor de Vrede had ontvangen. Daarmee liet hij niet alleen een opvallend gebrek aan kennis zien over de werking van internationale instituties, maar ook over de eigen verantwoordelijkheden van een wereldleider. De Nobelprijs wordt toegekend door een onafhankelijk comité. Groenland is geen Noors bezit. Deze feiten lijken in zijn redenering geen rol te spelen.
Wat resteert is een patroon van gedrag dat meer weg heeft van impulsieve frustratie dan van staatsmanschap. Niet gericht op het dienen van de eigen bevolking op lange termijn, maar op het afdwingen van directe erkenning en gehoorzaamheid. Dat is problematisch, niet alleen vanwege de persoon in kwestie, maar omdat het aantoont hoe fragiel het fundament van internationale samenwerking is geworden.
In mijn artikel van februari 2025 stelde ik dat Europa te afhankelijk was geworden van de Verenigde Staten. Dat betrof technologie, veiligheid en geopolitieke richting. Wat toen nog werd gezien als een strategische lange termijn opgave, blijkt nu een acute weerbaarheidsvraag. Niet omdat Europa plotseling minder capabel is, maar omdat afhankelijkheden actief worden ingezet als machtsmiddel. Wie afhankelijk is, kan worden gedwongen. Wie geen alternatief heeft, verliest handelingsvrijheid.
Dit heeft directe gevolgen voor de manier waarop we naar bondgenootschappen moeten kijken. Het klassieke beeld van het trans Atlantische bondgenootschap was gebaseerd op impliciet vertrouwen.
Gedeelde waarden, gedeelde geschiedenis en gedeelde belangen vormden de basis. Die basis is niet verdwenen, maar zij is wel conditioneel geworden. Samenwerking is geen vanzelfsprekendheid meer, maar afhankelijk van wisselende belangen en binnenlandse politieke dynamiek.
Dat vraagt om een fundamentele herpositionering van Europa en ook van Nederland. Nederland kan zich niet langer uitsluitend presenteren als slimme handelsnatie of diplomatieke bruggenbouwer. Onze positie als logistiek, technologisch en digitaal knooppunt maakt ons zichtbaar en daarmee kwetsbaar. ASML, Rotterdam, datacenters en digitale infrastructuur zijn geen neutrale assets meer. Zij zijn onderdeel geworden van geopolitieke machtsverhoudingen.
Dit betekent niet dat Nederland zich moet terugtrekken of afsluiten. Het betekent wel dat strategische autonomie opnieuw moet worden gedefinieerd. Niet als volledige onafhankelijkheid, maar als het vermogen om druk te weerstaan. Weerbaarheid gaat over keuzevrijheid. Over het hebben van alternatieven. Over het kunnen zeggen van nee zonder directe ontwrichting.
Europa staat daarbij voor een lastige opgave. Interne verdeeldheid, verschillende historische relaties en uiteenlopende economische belangen maken snelle eensgezindheid moeilijk. Toch laat de reactie op de Groenland kwestie zien dat er iets verschuift. Europese landen sluiten de rijen. Niet uit idealisme, maar uit zelfbehoud. Dat is geen zwakte, maar een teken van volwassenwording.
Terugkijkend op mijn artikel van 14 februari 2025 concludeer ik dat de richting juist was, maar dat de urgentie is onderschat. Wat toen nog werd gepresenteerd als een strategische keuze voor de toekomst, is nu een noodzaak in het heden. Afhankelijkheid is geen abstract risico meer. Het is een wapen dat wordt ingezet, openlijk en zonder schroom.
Aan de leiders die deze week in Davos bijeen zijn wens ik wijsheid toe. Niet de wijsheid van mooie woorden en rituele verklaringen, maar de wijsheid om aannames los te laten die niet langer houdbaar zijn. De wereld vraagt niet om meer macht, maar om beter begrip van macht. Wie dat begrijpt, kan bouwen aan stabiliteit. Wie dat negeert, zal blijven reageren op crises die steeds minder toevallig worden.
#Davos #Groenland #Nederland #Europa
PJ, 20 januari 2026
